PCR Toxoplasma gondii
Matrix:
CSV, oculair monster, amnionvocht, Test geaccrediteerd voor lumbaal vocht, voorkamervocht en vruchtwater
Synoniemen:
Toxo PCR
Afnamerecipiënt:
steriel recipiënt 

Lumbaal vocht: steriel recipiënt; amnionvocht: steriel recipiënt; oculair monster: wisser, steriel recipiënt.
Patiëntvoorbereiding:
geen specifieke patiëntvoorbereiding vereist
Monsterverzending intramuros:
op kamertemperatuur
Monsterverzending extramuros:

geschikt staaltype voor analyse: CSV, amnionvocht, oculair monster
minimum staalvolume: 0,25 ml; amnionvocht minimum 1050 µl.
verzendingscondities: op kamertemperatuur

Wissers: katoen, dacron of flocked; droog in steriel recipiënt of in universeel of virus transportmedium. Bij voorkeur eSwab (Copan) in bijbehorend medium.

Uitvoerende afdeling:
Uitvoerfrequentie:
twee maal per week, lumbaal vocht dagelijks, Enkel op werkdagen
Uitvoering in urgentie:
nee
Beproevingsmethode:
Extractie DNA uit matrix met Nuclisens easyMAG toestel (Biomérieux). Amplificatie DNA met real-time PCR in Lightcycler 2.0 toestel (Roche).
Referentiewaarden:

​Detectielimiet: 4,89 parasieten per ml


(Meer informatie)
RIZIV nomenclatuur:
556850-556861
Accreditering:
ISO 15189 204-MED
Opmerking:
Deze verstrekking kan slechts worden uitgevoerd onder de volgende omstandigheden:
1° Diagnose van cerebrale toxoplasmose bij immuungecompromiteerde patiënten met een positieve serologie voor IgG en met klinische en radiografische tekenen wijzend op een cerebrale toxoplasmose. Maximum 1 bepaling per episode.
2° Prenatale diagnose van congenitale toxoplasmose op amniosvocht. De volgende groepen van patiënten komen in aanmerking:
a) patiënten met seroconversie voor toxoplasma gondii tijdens de zwangerschap (negatieve IgG bij eerste raadpleging, positief worden van IgG bij een daaropvolgende bloedafname). De seroconversie moet steeds bevestigd worden op een tweede serummonster.
b) Patiënten met een serologisch profiel bij het begin van de zwangerschap waarvan niet met zekerheid kan worden uitgemaakt of de infectie vóór of na de conceptie optrad. Hiervoor moeten minstens 2 serummonsters worden onderzocht met een tijdsinterval van minstens 3 weken.
Maximum 1 bepaling per episode.
3° Oppuntstelling van een mors in utero, hydrocefalie, intracerebrale calcificatie.
4° Diagnostiek van oculaire toxoplasmose. Patiënten met positieve serologie voor IgG en indien de oogfundus een toxoplasma chorioretinitis suggereert. Maximum 1 bepaling per episode."
Analysetijd:
3 dagen
Verantwoordelijke:
Aanrekening onder RIZIV:
Ja
Aanrekening aan de patiënt:
Ja, indien niet voldaan aan RIZIV terugbetalingscriteria  (Meer informatie)
Laatste wijziging goedgekeurd op :
8-7-2021 15:44:50
Goedkeuringsgeschiedenis
Toon geschiedenis